Ik word opgewacht door de zoon. Hij heet mij welkom door zijn tranen heen en begeleidt me naar de woonkamer. Ik neem plaats naast de echtgenote op de bank en vraag haar of ze überhaupt heeft kunnen rusten? Ze antwoord ontkennend en begint te vertellen.
Over hoe ze de afgelopen jaren in het buitenland hebben gewoond, daar nog de woning hebben, maar hij graag naar NL terug wilde om dichterbij de kinderen en kleinkinderen te zijn. Precies een week wonen ze nu in deze woning.
Dochter komt binnen, haar heb ik gesproken en ze laat haar tranen de vrije loop. Een intens verdrietig gezin, in de shock van het te onverwachte overlijden van man, vader en opa.
De dagen erna vliegen voorbij, we hebben veel contact, er wordt veel gehuild maar ook veel gelachen want de humor hebben ze zéker van vader geërfd.
Dochter en schoonzoon strijden met hun gevoel voor de beide kleinzoons. Wat kan wel en wat kan niet? Ik begeleidt ze door dit proces heen op een natuurlijke manier en probeer duidelijk te maken dat kinderen het allemaal minder zwaar zien dan wij.
Op de dag van de uitvaart wacht ik ze op bij de locatie van de plechtigheid. De jongens zien er stoer uit in hun mooie kleding en laten gelijk hun nieuwe schoenen zien: ‘omdat opa Tsjechië dood is’ .. en ‘ mevrouw…hij is écht dood hoor!’
Moeder kijkt onzeker naar mij en met een knipoog geef ik aan dat het goed is.
De uitvaartkist is nog open, de beide jongens nieuwsgierig tot en met maar worden angstvallig weggehouden. Omdat ik merk dat de ouders bijna een zenuwaanval nabij zijn, bedenk ik voor beide partijen een goede oplossing: de volwassenen leggen de deksel op de kist en dan komen de jongens helpen met de schroeven aandraaien. Geweldig spannend én mooi. De oudste twijfelt…hij kan niet óp de kist klimmen hè??
De dienst is prachtig, mét alle tranen die erbij horen, mét de lach die door de herinneringen komt, mét de kleinzoons die verbaasd luisteren naar wat hun oom verteld…hij gebruikt af en toe woorden die ze niet kennen en met het plakken van de stickers op de kist door de kleinzoons.
Bij het weggaan van de gasten neem ik de complimenten in ontvangst, ik ben er bij mee, het bevestigd keer op keer dat ik het goed doe.
Als het gezin als laatste weggaat verrast de dochter mij door te benoemen dat ze het erg vreemd en moeilijk vind om mij niet meer te zien. Ze zegt: ” jij hebt ons de afgelopen week op ons kwetsbaarst gezien en meegemaakt, en nu is het zomaar over? “.
Ik voel me bevoorrecht en geef aan dat ik zéker nog langs kom om samen alles netjes af te ronden. dikke knuffels van iedereen zijn mijn beloning. Ik ga met een goed en blij gevoel naar huis.
“De oudste twijfelt…hij kan niet óp de kist klimmen hè??”
